Tijdens Corona werd geholpen binnen de Wever. Lees bijgaand het blog over het wel en wee binnen de ouderzorg in deze periode:

Iemand vroeg me een blog te maken over mijn ervaring als Coronahulp. Binnen de ouderenzorg zou zich volgens de media een stille ramp voltrekken. Na twee weken kan ik voorzichtig zeggen dat dit op onze afdeling mee lijkt te vallen.

 

De sterfgevallen die op 'mijn' afdeling plaatsvonden zijn uiteraard erg verdrietig, maar niet corona-gerelateerd. Nog niet. Toch heeft ook dit zijn impact. De livestreams van een uitvaart brengen, dubbel genoeg, wel enige uitkomst, want men mag meekijken. Meebeleven. Meerouwen.

 

De verzorgenden zijn conform protocol voorzichtig, maar het blijft inherent aan het werk dat je soms binnen de anderhalve meter moet helpen. Iemand eten geven, recht in zijn stoel zetten of een mond schoonmaken bijvoorbeeld. Collega's en bewoners wijzen elkaar wel op de 1,5 meter en er wordt zorgvuldig gewerkt. Bewoners corrigeren elkaar zelfs. Één persoon leek corona-klachten te hebben en werd uit voorzorg in afzondering verpleegd. Intussen is zij gelukkig weer herstellende. Deze bewoner werd dan ook met alle voorzichtigheid behandeld. In de familiale sfeer die er binnen de afdeling bestaat, baarde dit toch wel zorgen. Het kwam nu plots heel dichtbij.

 

Het echte virus is voor velen misschien wel het familie-virus, of liever gezegd het ontbreken ervan. Omdat bezoek niet is toegestaan en men de afdeling niet af mag, zijn de sociale contacten beperkt. Ik help hen met beeldbellen (best wennen voor veel mensen), maak een praatje (vaak trotse papa's en mama's die over de (klein-) kinderen vertellen), verzorg een spel of andere activiteit (een eenvoudige paashaas-muts werd gewaardeerd) en help met eten of drinken. Maar dit is slechts een (papieren) zakdoekje voor het bloeden.

 

We maken er desondanks het beste van en proberen positief te blijven, maar sommigen ontvangen al 6 weken geen bezoek. Daar kan geen facetime tegenop. Eenzaamheid ligt soms op de loer. Wat zou eigenlijk de medische impact zijn van een aai of knuffel van een dierbare, vraag je je dan af?

 

Intussen heb ik makkelijk praten. Ik kom alleen (bijna) dagelijks tussen 14 en 16 uur, terwijl de echte professionals met grote zorg hun werk blijven doen. Gelukkig omdat er bij ons nog geen besmettingen op de afdeling zijn, nog veelal zonder haarnetje, masker, bril, schort en handschoenen. We zijn, als ik collega's van andere afdelingen die ik sprak in de lift mag geloven, nog gezegend. Want juist deze 'entourage' maakt het extra zwaar. Benauwend, onhandig, onpersoonlijk, warm en niet zelden met bijvoorbeeld striemen op de wangen of uitslag van het masker. Diensten van 4 uur voelen dan misschien wel als 8 uur?

 

We houden er intussen de goede sfeer zoveel mogelijk in. Met behulp van de zogenaamde kletsdoos stel ik vragen en komen de nog actievere en mondige bewoners samen om te reageren op vragen over wat hun droom was, hun opa deed voor werk of hun moeder zo lekker kookte. Hele verhalen komen los. Vaak met een lach, soms een traan. Het wordt als gezellig en belangrijk ervaren. De presentatie op TV met foto's van internet over de Holland-Amerika lijn was favoriet deze middag. Ook het retrospel met oude voorwerpen (hoepel, voetstoof, weefspoel e.d.) wordt dankbaar ontvangen. Maar met anderhalve meter en een rolstoel is het echt zo vol. Gelukkig gaat het ondanks wat ongemak best goed. De tijd vliegt voorbij. Sommige bewoners zijn moe gaan voor het eten nog even naar hun kamer. Sommigen genieten na. Ik was opnieuw mijn handen en maak nog snel een praatje met een bewoner die graag alleen op zijn kamer vertoeft.

 

Wat mij verdrietig stemt, zijn de mensen die bedlegerig zijn of dementerend. Hen breng ik een plantje of een kaartje, attent verkregen uit mijn eigen netwerk. Voor hen is dit wel misschien het hoogtepunt van de dag, voor zover zij het beseffen en zij weer in slaap weg sukkelen. Écht contact maken lijkt moeilijk. Hopelijk dringt het toch door dat ook zij niet alleen zijn? Begrijpen ze überhaupt wat er loos is? Wat kost hen het niet kunnen zien, horen of voelen van hun naasten?

 

Een Coronahulp kan de familie gewoonweg niet vervangen. Nooit. Ik kan wel het leed iets helpen verzachten. En de bewoners ondersteunen in hun welzijn. Met een klein gebaar, een moment van belangstelling en oprechte aandacht. En natuurlijk de collega's ontlasten in hun pittige werk. Even op adem komen. Eens niet hoeven haasten. Gewoon eens even buurten. Zodat kwaliteit boven kwantiteit van de zorg kan blijven gaan.

 

En wanneer ik dan als een soort van anti-virusje toch mijn steentje bij heb mogen dragen, ben ik zelf ook tevreden.